Doen wat goed is om te doen

Ontdekken wat goed is om te doen én dat implementeren in ons leven.

In het hoofdstuk “Leven in orde” buigen we ons over datgene wat ons leven doorkruist en zoeken we antwoorden om daar op een zinvolle manier mee om te gaan.  We bekijken ook onze dagelijkse bezigheden en betrokkenheden.  We houden ze tegen het licht en denken na over wat goed is om te behouden, maar ook over wat we misschien beter schrappen omdat het als ballast op ons leven weegt.  Zo groeit een beeld van wat we essentieel vinden in ons leven en wat we eerder van ons weg willen houden. 

Een groeiproces – implementeren – discipline

1)  Als we zicht krijgen op wat goed is om te doen, dan hebben we al iets heel waardevols ontdekt.  De eerste steen van ons nieuwe bouwwerk is neergelegd.

2)  Maar dat inzicht alleen zal ons leven niet veranderen.  De vraag die nu volgt is hoe we dat kunnen implementeren in ons leven.  Hoe gaan we dat een plaats geven?  Het is het vertalen van een intentie, naar concreet maken van het vorm geven.

3)  Het kan handig zijn om in grote lijnen een structuur op te stellen waarin we belangrijke elementen een plaats geven.  Zo’n structuur of planning kan aangeven wat we een plaats willen geven in onze dag, week, elke 2 weken, elke maand, 3 maanden of jaar.

4)  De kunst om effectief tot verandering te komen heeft voor een groot stuk te maken met discipline. 
Je kan het ook verwoorden als:
Er met blijvende aandacht op toezien dat ‘wat goed is om te doen’ vorm krijgt en een plaats krijgt in je leven
Als we niet met aandacht zorg dragen voor wat we als belangrijke items voor ons leven hebben ontdekt, dan blazen allerlei winden van buitenaf het stilaan weer van de kaart. Hou vast wat goed is om te doen. Geef het een vaste plaats.

Inkijk

Een vast element in mijn dagstructuur is contact leggen met God.  Ik doe dat ’s ochtend aan de hand van een avondmaalviering en een gebed dat mij op de dag voorbereidt. 

Een vast element in mijn weekstructuur is dat ik op de zevende dag niet werk, tijd neem voor ontspanning en iets te eten op tafel breng zodat ook Marlies die dag haar gebruikelijke taken kan laten rusten. 
Verder hou ik in het oog dat er een gezonde balans is tussen mentale en fysieke arbeid, want daar heb ik nood aan.  Ideaal is als ik dat elke dag afzonderlijk in balans kan houden, maar zeker over een week gezien is het goed dat het niet teveel afwijkt van een gezond evenwicht.

Een vast element per kwartaal is dat ik de dromen en woorden die mij door God in die periode werden toevertrouwd bundel en samenvat, zodat ik gemakkelijk overzicht hou en grote lijnen kan zien in verschillende onderwerpen. 

Uiteraard hebben nog veel andere praktische bezigheden en verantwoordelijkheden een plaats op mijn agenda. 
Ik probeer daarbij zoveel mogelijk te werken in ‘blokken’ van tijd; bijvoorbeeld een dagdeel of enkele uren die ik voor iets reserveer (dat kan praktisch werk zijn, maar ook administratief of aandacht voor anderen).  Zo kan ik makkelijker mijn aandacht bij één ding houden. Tegelijk weet ik dat het andere op een later tijdstip aan bod kan komen.  Tussen deze tijdsblokken kan ik voelen hoe het met mij gaat.  Is het goed zo?  Of dreig ik mezelf te overvragen en moet ik mijn bezigheden corrigeren, overeenkomstig mijn draagkracht nu.

Discipline bij ‘doen wat goed is om te doen’

Aandacht is een sleutelwoord, en het staat tegenover onnadenkend in klassieke patronen bezig blijven.

Tot verandering komen of het goede leven vast houden, vraagt om er met blijvende aandacht op toe te zien dat ‘wat goed is om te doen’ een vaste plaats krijgt in ons leven.  Dat vraagt een zekere discipline.

Discipline is verbonden met discipel zijn. Een discipel ziet er op toe dat datgene wat hem of haar wordt toevertrouwd aan levensvisie of specifieke bezigheden, effectief tot uiting en tot vrucht kan komen. 
Discipel ben je niet alleen in activiteiten voor Gods Koninkrijk, maar ook in het vorm geven van alle facetten van je leven.  Leven in verbondenheid met God; doorheen de dag, in keuzes die je maakt en accenten die je legt, in eerbied voor de gaven en draagkracht die je hebt gekregen. 
In overgave kind zijn van Abba Vader.   

Misschien is het raadzaam om met een zinvolle tijdsinterval daarover een evaluatiemoment te voorzien (elke week of maand of kwartaal, naargelang).  

  • Leef ik in verbondenheid met God? 
  • Ben ik bezig met wat goed is om te doen, en leef ik binnen de draagkracht die mij gegeven is? 
  • Vloeit mijn energie niet weg naar wat ik eigenlijk niet moet doen of wat mij op één of andere manier onnodig belast?